1 sep 2024 Nieuwolda
Gaat het met het Paapje als broedvogel in Nederland niet goed, in het buitenland vinden ze wél genoeg eten voor hun kroost. Althans, dat zou je mogen concluderen als je ziet hoeveel jonge vogels in de nazomer doortrekken. Een paar dagen terug bunkerde een doortrekkend Paapje bij in de laagstaande avondzon. De avondkoelte viel in en de vogel maakte zich wat dikker. Alle kenmerken van een smulpaapje.
17 aug 2024 Oldambt
Het Grauwe Kiekendiefjong waar ik eerder over schreef, doet goed zijn best. Acrobatisch vangt hij het lekkers op dat zijn ouders hem in vlucht toewerpen. Ondertussen overziet hij vanaf een kleibult zijn omgeving, maakt oefenrondjes, doet speelse uitvallen naar Spreeuwen en ja, jaagt zelfs langsvliegende Bruine Kiekendieven weg (afgekeken van zijn moeder). Je zou er moe van worden. Precies dát overkwam het jong een paar avonden geleden. Reeds voor bedtijd dommelde hij weg aan de rand van zijn slaapplaats.
15 aug 2024 Nieuwolda
Soms duurt het even voordat je doorhebt dat je iets mist. Zo heeft het weken, zo niet maanden geduurd voordat ik besefte dat de Koolmezen in de tuin ontbraken. Niet aardig van mij om ze zo te veronachtzamen. Misschien keek meneer daarom zo streng toen hij vandaag na lange tijd z'n koppie weer liet zien.
9 aug 2024 Nieuwolda
Iedere kunstschilder heeft zijn helden. Bij vogelschilders (mijzelf niet uitgezonderd) hoort Lars Jonsson al snel tot de aanbedenen. Wat mij aanspreekt is zijn losse, schetsmatige stijl. Virtuoos en schijnbaar moeiteloos weet hij met waterverf de jizz (uiterlijke gedaante, houding, kleur) van een vogel te treffen. Een trefzekere toepassing van tonaliteit (licht-donker verhouding) zorgt ervoor dat 'het licht aangaat'. "Dat wil ik ook!" denk ik dan. Gevolgd door: "Dat kan ik helemaal niet!" Toch maar proberen. De onderste Huismus is nageschilderd uit een boek van Jonsson. De bovenste Huismus is een eigen creatie. Het grappige is dat de bovenste nog het meest doet denken aan het werk van mijn held.
3 aug 2024 Nieuwolda
Nestjongen van Grauwe Kiekendieven zijn grofweg in te delen in nestblijvers en nestvlieders. De nestblijvers zijn niet weg te slaan bij de nestkooi. De nestvlieders klauteren de kooi uit zo snel als ze kunnen, vaak met plukken dons nog tussen de veren. Ze kunnen niet goed vliegen en zijn kwetsbaar als de boer gaat oogsten. Gisteren moest ik zo'n avontuurlijk typetje weghouden van de oprukkende balenpers. Gelukkig flapte het jong voor zijn leeftijd al een aardig eindje mee en begreep het gevaar. Hij plofte uiteindelijk neer op een veilig gedeelte van het stoppelveld. Een blijvertje.
23 jul 2024 Dollard
Uitgelachen waar je bij staat. Dat overkwam me een paar dagen terug op de Dollarddijk. 's Avonds vliegen daar Lachsterns over, op weg naar hun slaapplaats op het wad. Soms hoor je ze 'lachen'. Vind ik helemaal niet erg.
18 jul 2024 Nieuwolda
Alweer bijna 40 jaar geleden publiceerde ik samen met Edward van IJzendoorn en Gerald Oreel een artikel in Dutch Birding over vogeltopografie, oftewel hoe benoem je de veerpartijen van een vogel. Handig als je een vogel wilt beschrijven en dat een ander dan nog steeds begrijpt waar je het over hebt. Het doet me plezier dat vogelaars vandaag de dag de terminologie uit het artikel nog steeds volgen. Dat kunnen we niet van alle vogels zeggen. We noemen namen: de Putter. Met zijn bonte koppatroon tart hij iedere vogeltopografische standaard. Zo is hij.
12 jul 2024 Oldambt
Lopen we in Noordoost-Groningen met maatschappelijke ontwikkelingen vaak een tikkeltje achter, de verruwing van de maatschappij begint nu ook hier voelbaar te worden. Steeds vaker krijg ik in de polder een scheldend wie-trak naar het hoofd geslingerd. Dat is Gronings voor "Ga weg, hier woon ik." De kort-aangebondene is de Roodborsttapuit, waar het verheugend goed mee gaat in het grootschalige akkerland. Een prachtig vogeltje dat ik graag tegenkom. Ofschoon dat niet wederzijds is.
6 jul 2024 Nieuwolda
Schreef ik eerder in mijn SchetsBlog dat het bijvoeglijk naamwoord grauw bij de bontgekleurde Grauwe Klauwier volkomen misplaatst is, bij de Grauwe Vliegenvanger hebben de naamgevers een punt. Er zit niet veel kleur aan. Hoeft ook niet, want de soort is mooi zoals hij is. Waar het bij de Grauwe Vlieg echt om gaat, is zijn gedrag. Of, zoals Sartre zei (vrij toegepast): in zijn handelen onthult zich de vliegenvanger. Als een tennis-umpire overziet de vogel het strijdtoneel, zijn kopje van links naar rechts draaiend en weer terug, loerend op passerende insecten. Eergisteren hadden we weer een Grauwe Vliegenvanger bij de favoriete nestplek. De bewolkte zomerdag was gelijk een stuk minder grauw.
22 jun 2024 Reiderwolderpolder
Grote, donkere vogels, broedend in open akkerland, je zou zeggen dat het makkelijk moet zijn de nestplek van de Bruine Kiekendief te vinden. Niet dus. Ze zijn meesters in de misleiding. Een willekeurige greep uit hun trukendoos. Aanslepen van nestmateriaal naar een plek waar ze níet gaan broeden. Urenlang wegblijven van hun nestplek, zodat je denkt dat ze er niet meer zitten. Nauwelijks kunnen zien of ze in hun grote klauwen een prooi vervoeren, zodat je prooivluchten naar het nest moeilijk kunt onderscheiden van gewone foerageervluchten. Een horde onvolwassen, niet-broedende vogels die het zicht op broedvogels vertroebelt. Iedere zomer ben ik weer blij verrast door de aantallen uitgevlogen jongen. Waar ze vandaan komen, is me vaak een raadsel. Uit de hoge hoed?